Miniconcert Edgar van Boven

door Bert van Klaveren
Claude Debussy

Claude Debussy

Op donderdag 2 oktober geeft de pianist Edgar van Boven een recital in de Koorkerk in Middelburg. Zijn programma is geheel gewijd aan muziek van Claude Debussy. Zo klinken er delen uit Préludes 2e Livre en uit Images 2e Série. Met de immense klankruimte van de Koorkerk in gedachte zijn de gekozen drie préludes en twee images vooral door hun kalme karakter geselecteerd uit de pianowerken die Debussy componeerde tussen 1888 (Deux Arabesques) en 1915 (Douze Études).

Edgar van Boven volgde pianolessen bij Gé Oudenaert aan de Muziekschool te Middelburg. Hierna vervolgde hij zijn pianostudie bij Leen de Broekert. Na een onderbreking van 10 jaar hervatte hij zijn pianostudie bij Leen de Broekert tot aan diens overlijden in 2009. Edgar van Boven maakt deel uit van het Scarbo Pianisten Collectief en is tevens actief als liedbegeleider naast zijn werk als telecom architect en onderzoeker aan de TU Delft waar hij in 2013 promoveerde.

Het miniconcert is één van de aktiviteiten van het Lange Jan Project, een initiatief van de Raad van Kerken Middelburg.
Het concert in de Koorkerk begint om 15.00 uur, de toegang is vrij.

 

 

Edgar van Boven

Edgar van Boven

PROGRAMMA
Werken van Claude Debussy (1862-1918)
Uit Préludes 2e Livre (1912/1913)
Bruyères
Feuilles mortes
Brouillards
Uit Images 2e Série (1907)
Et la lune descend sur le temple qui fut
Cloches à travers les feuilles

 

 

 

Edgar van Boven heeft bij zijn programma de volgende toelichting gevoegd:

Claude Debussy, erkend als grote muzikale vernieuwer, componeerde “een geheel eigen lijn” schrijft Paul Douliez in 1958. In zijn muziek verbond Debussy verwante werken van dichters, schrijvers, schilders en beeldhouwers waarbij het symbolisme vaak wordt genoemd als verbindende stroming. Wikipedia zegt hierover: “Het symbolisme was een stroming in de beeldende kunst, muziek en literatuur die in het fin de siècle opgang maakte, in eerste instantie in Frankrijk, maar spoedig daarna ook elders in Europa. Verbeeldingskracht, fantasie en intuïtie werden in deze stroming centraal gesteld. Het symbolisme kenmerkt zich door een sterke hang naar het verleden en een gerichtheid op het onderbewuste het ongewone en het onverklaarbare. Het symbool stond daarbij centraal, en wordt een zintuiglijk waarneembaar teken dat verwijst naar een niet-zintuiglijke wereld. Innerlijke, irrationele ervaringen worden belangrijk, met nadruk op droombeelden ….”

Bruyères
De heide is een langademige melodie, een rustig zingende pastorale, zeldzaam in zijn soort bij Debussy. Hij schrijft één keer “joyeux” (gelukkig) in de partituur als innerlijke aanwijzing voor de uitvoerende van deze volledig harmonische prélude.

Feuilles mortes
Uit de Dode bladeren spreekt een verstilde lyriek. Het vallen van de bladeren is duidelijk hoorbaar. Deze prélude ademt de herfst in soms uiterst zachte zelfstandig wentelende verminderde none-akkoorden bewegend om melancholische melodische lijnen.

Brouillards
Van alle 24 préludes van Debussy wordt de mist beschouwd als de harmonisch meest complexe vanwege het polytonale karakter. De linkerhand begeeft zich voornamelijk in de witte toetsen (C diatonisch), terwijl de rechterhand iets zachter met voornamelijk zwarte toetsen (As mineur diatonisch) de ondoorzichtige spanning van deze compositie completeert. Tegen het einde klinkt van heel ver weg een ijle melodie door bewegende mistflarden. Zelfs aan het slot van deze prélude blijft de spanning (tussen de toonaarden) onopgelost.

Et la lune descend sur le temple qui fut
En de maan beschijnt wat eens een tempel was. Debussy las deze titel toevallig in de krant als slotzin van een opstel over Indië. Deze nachtelijke image, opgedragen aan zijn vriend en biograaf Louis Laloy, is muzikaal gezien één lange gespannen welving die de sereniteit van het maanlicht over een ruïne van een tempel verklankt.

Cloches à travers les feuilles
Klokken door het gebladerte betekent het samengaan van twee wezenlijk verschillende geluiden. Klokken klinken in aaneengesloten toonreeksen traag en gedragen door de ruisend bewegende bladeren op een vluchtige bewegende wind.

Bronnen:
Paul Douliez, Debussy, Gottmer, 1958.
Luc Knödler, Debussy, Gottmer/Becht, 1989

 

Advertenties
%d bloggers liken dit: